Laag BTW-tarief voor woningen ouder dan 2 jaar



Per 15 september 2009 is de lage BTW-regeling voor schilder- en stukadoorwerken verbeterd. Bedrijven mogen het lage BTW-tarief van 6% in rekening brengen voor werken aan woonhuizen die door particulieren worden bewoond en die ouder zijn dan twee jaar. Deze periode van twee jaar wordt gerekend vanaf het moment dat de woning daadwerkelijk na de oplevering bewoond is. De opdrachtgever mag ook een woningcorporatie of bedrijf zijn, zolang het schilder- of stukadoorwerk, maar wordt uitgevoerd aan een woning waarin particulieren wonen. Deze verbetering heeft een permanent karakter. Voor het overige verandert er in de regeling niets.

Meest gestelde vragen:

 

1.Wanneer is er sprake van een particuliere woning?


De term “particuliere woning” heeft betrekking op onroerende zaken die zijn bestemd voor particuliere bewoning. Het gaat in dit kader om woningen waarin particulieren permanent mogen verblijven. Ook tijdelijk leegstaande particuliere woningen zijn hieronder te begrijpen. Als particuliere woning zijn onder meer aan te merken:
 - woningen in particuliere eigendom;
- huurwoningen van woningbouwcorporaties e.d. die door particulieren worden bewoond;
 - aanleunwoningen;
 - verpleeg- en verzorgingsinstellingen;
 - studentenflats;
 - kloosters, voor zover in gebruik voor permanente bewoning;
 - tweede woningen, voor zover permanente bewoning daarvan is toegestaan.
De gemeenschappelijke ruimtes in appartementen, bejaardentehuizen/aanleunwoningen, verpleeg- en verzorgingsinstellingen e.d. (zoals de hal, het trappenhuis, de eetzaal, de recreatieruimte e.d.) volgen het regime dat geldt voor de particuliere woongedeelten.

Niet als particuliere woning zijn onder andere te beschouwen:
 - vakantiewoningen;
 - hotels/pensions;
 - woonboten/woonwagens;
 - asielzoekerscentra; 
 - ziekenhuizen;
 - internaten.

 

2. Behoren garages, schuren, serres e.d. ook tot een particuliere woning?


Garages, schuren, serres, aan- en uitbouwen, tuinhekken e.d. behoren tot een particuliere woning, voor zover zij op hetzelfde perceel als de particuliere woning zijn gelegen. Garages die tot hetzelfde gebouwencomplex behoren als de particuliere woningen (bijv. parkeergarages onder flatgebouwen die door particulieren worden bewoond) worden eveneens tot de particuliere woning gerekend, uiteraard indien en voor zover zij door de eigenaars of huurders van die particuliere woningen worden gebruikt. Afzonderlijke, niet hiervoor bedoelde garageboxen behoren niet tot de particuliere woning.

 

3.Hoe stel je vast of een woning ouder is dan 2 jaar?


Voor de beoordeling of een woning minimaal 2 jaar oud is, is bepalend de begindatum van het bouwjaar volgens de gemeentelijke administratie op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken. Het bouwjaar van de woning is het jaar waarin de woning wordt opgeleverd, het begin van het bouwjaar is dan op 1 januari van het jaar van oplevering van de woning. Bij een pand dat niet vanaf het begin als woning in gebruik is geweest, bepaalt het tijdstip waarop het pand voor het eerst als woning in gebruik is genomen of de woning minimaal 2 jaar oud is. Te denken valt aan een oud monumentaal pakhuis dat tot een appartementencomplex is omgebouwd. Wanneer een woning in verschillende stadia tot stand is gekomen, moet de woning voor minimaal 50% bestaan uit delen die 2 jaar of ouder zijn.

 

4. Hoe moet omgegaan worden met panden die zowel als woning en als bedrijfspand worden gebruikt?

 

Ten aanzien van panden die zowel als particuliere woning en als bedrijfspand worden gebruikt (bijv.woon/winkel/praktijkpanden), wordt voor de toepassing van het BTW -tarief goedgekeurd dat voor zover de desbetreffende panden in hoofdzaak (d.w.z. voor meer dan 50%) voor particuliere bewoning worden gebruikt, deze in hun geheel als particuliere woning worden aangemerkt. Als een pand voor minder dan 50% als particuliere woning wordt gebruikt, dan mag het deel dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt voor de toepassing van het BTW -tarief worden afgesplitst.

 

6. Hoe zit het met het BTW-tarief voor de steigerkosten ten behoeve van het stukadoorswerk voor woningen ouder dan 2 jaar?


Het juiste tarief is 6%. De belastingdienst ziet deze kosten als overheadkosten, deze kosten volgen het tarief van de hoofdlevering. Als het aansluitend om stukadoorswerk gaat, zal het hele bedrag voor de steiger onder het 6% tarief vallen. Wanneer er naast het stukadoorswerk ook werkzaamheden met behulp van de steiger verricht worden die onder het 21% BTWtarief vallen, dan moeten de steigerkosten naar rato verdeeld worden tussen die verschillende werken. Wanneer u de steiger niet zelf bouwt, maar een derde partij inhuurt, zal deze u hiervoor 21% BTW in rekening brengen, u mag de klant met 6% doorbelasten.

 

 

II. Vragen over stukadoorswerk

 

1. Welke diensten van stukadoors vallen onder het verlaagde tarief?
Het stukadoorswerk dat binnens- en buitenshuis wordt verricht is naar het verlaagde tarief belast. Voor de toepassing van het verlaagde tarief is het niet noodzakelijk dat het stukadoorswerk door een stukadoorsbedrijf wordt verricht: ook aannemers, klusbedrijven e.d. die (onderdelen van) stukadoorswerk uitvoeren mogen het verlaagde tarief hanteren. Voor de toepassing van het verlaagde tarief is het evenmin noodzakelijk dat de opdrachtgever een particulier is: ook als woningbouwcorporaties e.d. opdracht geven tot het verrichten van stukadoorswerk in particuliere woningen, geldt ter zake het verlaagde tarief.

 

2. Wat wordt verstaan onder stukadoorswerk?
De term “stukadoorswerk” heeft betrekking op de volgende werkzaamheden:  de voorbereidings- en voorbehandelingswerkzaamheden die een stukadoor moet verrichten voordat hij kan overgaan tot het eigenlijke stucwerk;  het eigenlijke stucwerk. Het eigenlijke stucwerk bestaat uit het herstellen van een bestaande stuclaag of het aanbrengen van een nieuwe stuclaag. Het gaat hier om het handmatig dan wel machinaal verwerken, aanbrengen en afwerken van één of dan wel meerdere lagen cement-, gips-, kalk of kunststofgebonden pleister in pasteuze vorm. Bij pleister in pasteuze vorm valt te denken aan diverse soorten kant-en-klare mortels, sierpleister (bijv. spachtel, structuur- of decorpleister en marmerpleister) en aan spuitpleister (spack). Ook het aanbrengen van decoratieve lijsten, ornamenten e.d. aan wanden en plafonds (onder meer met lijm) valt hieronder. Met “verwerken, aanbrengen en afwerken” wordt gedoeld op iedere toepassing van de bij het stukadoorswerk gebruikte hulpmiddelen, zoals de spuit, kwast, roller en spaan.

 

Bron: NOA